Moeite met loslaten of de noodzaak van mijmertijd?

 

 

Een drukke dag, met een groep mensen gewerkt rond een bepaald thema, heel wat indrukken die binnengekomen zijn, technieken uitgelegd en toegepast, vragen en bezorgdheden van deelnemers die boven komen, momenten van lachen en zelfrelativering, …. Het doet wat met je. In de avonduren, ’s nachts in je dromen en de volgende zaterdagochtend terwijl ik de handdoeken aan het plooien ben; flarden van gesprekken, indrukken passeren nog steeds de revue.

“Ik kan het werk soms moeilijk loslaten”, zeggen mensen dan weleens. Wel, ik vraag me af of het echt een probleem van loslaten is of eerder een verwerkingsmoment dat je brein nodig heeft om gelijke tred te kunnen houden met “de waan van de dag”. Ik kan wel voortgaan maar soms lijkt het erop dat mijn hoofd me als het ware dwingt om even een stap terug te zetten.

In een vorig artikel “Ook bevlogenheid kent zijn seizoenen“, sprak ik over de seizoenen van bevlogenheid. Wel, ook mijn brein kent deze seizoenen. Tijdens de uitvoering van een opdracht zit ik in hoogzomer. Meestal ga je nadien weer gewoon verder naar het volgende, geen probleem. Maar soms blijft het nazinderen, en wil mijn brein de herfst ingaan. Alsof er nog verwerkingstijd nodig is, tijd nodig om de vele indrukken ergens een plek te geven, of op sommige momenten te kunnen reflecteren omdat het anders precies niet “rond” is. Soms heb ik dit nodig als tussenstap om echt tot rust te komen (winter) vooraleer weer met nieuwe energie (lente) naar het volgende te kunnen gaan. Uiteraard vind je niet altijd een oplossing voor wat er nog op je maag ligt. Maar dan is er dat bewuste moment van aandacht en acceptatie “het is wat het is”.

Zou het kunnen dat moeite met loslaten soms eerder te maken heeft met het feit dat we te weinig tijd nemen om te reflecteren?

");