Gepekelde eieren maken: zinvolle bezigheid of vermijdingsstrategie?

Vandaag heb ik voor de eerste keer gepekelde eieren gemaakt. Oogst van de dag: een basisreceptje van 6 eieren in een mengeling van azijn, zout en laurier. Geen grote opbrengst in hoeveelheid, maar ben benieuwd wat dit gaat geven als experiment voor latere uitbreiding.  

Dit gaf me even een flashback naar een 6-tal jaar geleden. Op een zomerse zondagmiddag ging ik eieren halen bij mijn schoonzusje. In het terugkomen werd ik aangereden door iemand die geen voorrang gaf, zijwaartse aanrijding, auto total loss, ik gelukkig fysiek ongedeerd. In de dagen daarna ging ik confituur maken. Iets wat ik elk jaar doe in die tijd van het jaar, met fruit dat ik zelf ga plukken of krijg van vrienden. Opbrengst is meestal een 70-tal potten die nadien weer verdeeld worden onder de liefhebbers (naast een eigen voorraadje waar we met ons 2 het volgende jaar mee verder kunnen). 

Doet me wel nadenken. Koken is aan de ene kant voor mij fijne tijd; je experimenteert met nieuwe combinaties, niet te gesofistikeerd (confituur van peer met gember of rabarber met rozemarijn) En, ’t is gewoon lekker (meestal toch…). Koken is voor mij ook mijmertijd. Tijd om de dag de revue te laten passeren zonder dat je daar bewust bij nadenkt. Na de aanrijding was koken precies ook verwerkingstijd. Of, vermijdingsstrategie? Om net niet te hoeven bezig zijn met datgene wat je het meest bezighoudt? Dunne grens heb ik zelf ervaren.  

Wat het ook is, ik merk gewoon dat koken steeds wel iets is waar ik op terugval, als het goed gaat en als het minder goed gaat. Wat de betekenis ook is, terugvallen op iets dat voor mij werkt, dat heb ik dus vandaag gedaan. Als de volgende stap 70 potten gepekelde eieren gaat zijn, zoek ik dus liefhebbers…